22:30 uur stap ik pas in de auto, ik weet dat ik nog zeker 2,5 uur te gaan heb voordat ik een kussen kan voelen. De auto klaagt niet, met gemiddeld 140 km/u zie ik verschillende steden en dorpjes aan me voorbijgaan. Eerst Amsterdam, Almere, Lelystad. Dan wordt het steeds onbekender: Emmeloord, Lemmer, Balk, Joure... hey Leeuwarden! Die ken ik! En het wordt gekker, Surhuisterveen, Buitenpost, Friesepalen, Loppersum en bij de volgende weet ik pas echt dat ik in the middle of no-where ben: Baflo.
Om exact 0:45 uur parkeer ik de auto op de oprit van m'n ouders. Een kwartier van m'n tijd eraf gesnoept door die zware rechtervoet, fijn!
Bij binnenkomst hangt er een briefje op de magnetron. "Eten zit hierin, twee minuten is genoeg en eet smakelijk, xxx mama". Zo lief!
Gulzig doe ik me tegoed aan de rijst en groenten waarna ik op bed neerplof... morgen een zware dag.
9:00 uur. Mijn wekker gaat. Ik kijk om me heen en besef pas na een volle 3 seconden waar ik ben. Buiten hoor ik iemand zagen en hameren, een wonder dat ik daardoorheen ben geslapen. In m'n onderbroek strompel ik naar beneden en zie m'n moeder op de bank zitten, terwijl ze haar opgenomen soap bekijkt. Ze legt me het verhaal uit. Meerdere malen. Ik snap er niks van en ga me douchen en aankleden.
M'n vader is blij me te zien en hij legt me direct uit wat de bedoeling is. Van de 10 kuub zwarte grond, is nog 6 kuub over. Die moet per kruiwagen steeds 40 meter verplaatst worden, waarna het in de tuinbakken gesmeten kan worden. Komt goed, pa!
Vol goede moed begin ik aan de helse klus. Kruiwagen na kruiwagen vul ik en breng ik naar de plek des onheils. Iedere keer dat ik bij de berg grond kom, zit er een meerkoet naar me te kijken, alsof hij zeggen wil: "Raar mens, eerst bouw je een berg en nu trek je 'm beetje bij beetje uit elkaar."
Na 13 kruiwagens ben ik de tel kwijt. Ik besef na een korte rekensom dat ik dus pas 1 kuub heb gedaan. Per slot van rekening begint het ook nog te regenen en in de halfzachte modder blijf ik scheppen, terwijl ik me steeds zieliger begin te vinden. De verlossing komt als m'n vader me naar binnen roept voor een kaasomelet met champignons. Mijn god, wat weet hij een mens op te beuren. Alsof God het met eigen ogen ziet, besluit hij terwijl ik eet, ook nog eens alle wolken weg te blazen en wanneer ik weer aan het werk ga, doe ik dat met een volle buik, in de volle zon, met volle pret! Om 17:15 uur stort ik de laatste kruiwagen in de tuinbak, ik kan m'n handen niet meer samenknijpen en m'n voeten krijsen om een massage, maar het zit erop.
Na een tweede stevige maaltijd, ga ik de strijd met het asfalt weer aan, maar dit keer rijd ik nog harder dan eerst: De mooiste vrouw van de wereld weet dat ik eraan kom en wacht geduldig...
woensdag, april 30, 2008
dinsdag, april 15, 2008
15-04-08 Der Schweiz
De bekleding doet z'n best om de geur van leer door mijn neusvleugels te persen, de motor gromt zachtjes en ik probeer een zitpositie te vinden waar ik de komende 12 uur niet meer uit hoef te komen. We halen iemand op aan de grens bij Duitsland en met z'n vieren begint de reis naar de geitjes, stoomtreintjes en immens hoge bergtoppen met namen, waarvan een de naam van mijn familie draagt.
Zwitserland, het land waar elke man thuis naast zijn door de overheid verstrekte machinegeweer slaapt. Het land waar in elke flat een atoomkelder is gebouwd en alle bruggen met explosieven zijn beladen om invasies direct in de kiem te smoren. Het land waar slechts eenmaal per jaar belasting wordt betaald en je voor een kilo kipfilet omgerekend 14 euro kwijt bent. Het land waar geen dikke mensen zijn en het normaal is om voor zelfs de kleinste wetsvoorstellen een referendum in de bus te krijgen. Uberdemocratisch, uberconservatief. Waarom iets repareren dat niet kapot is?
Ik sta in een vierkant kistje. Het is hooguit 2 meter breed en 4 meter lang, met glas aan alle kanten. Ik hang 70 meter boven de boomtoppen en stijg met 2,4 meter per seconde zoals de besnorde kabelbaanmeneer me weet te vertellen. Er staat een man bij me met vrouwenlaarzen aan, ik lach erom en vraag me af hoe de reddingswerkers raar zullen staan te kijken als ze na het neerstorten van het vierkante kistje alleen afgerukte lichaamsdelen zullen vinden van drie mannen... en twee vrouwenlaarzen. "De K-Swiss zijn van mij!" zal ik vanaf de hemelpoort roepen.
We gaan naar het chalet op 1750 meter hoogte... het sneeuwt! Die ansichtkaarten met witte bergtoppen zijn dus geen optisch bedrog of een door de mens gecreeerd landschap. Omhoog met een board aan m'n voeten, omlaag met een steeds blauwer wordende kont. Wakker worden met het gevoel dat je ergens bent ontmaagd waar je dat niet had willen worden en toch weer op die plank kruipen. In het liftje omhoog snel een snicker, omlaag erachter komen dat je je telefoon bent vergeten! Dat ene meisje zou nog smsen...
Je gezicht wil eraf vallen door de ernstige verbranding, de bloeduitstorting op je linkerbil herinnert je eraan dat normaal zitten ooit toch wel heel lekker was, je ogen tranen en je benen zijn op sommige plekken kaal, maar bamisoep, jus d'orange, dikke plakken brood, pasta en het drinken met je vader houden je op de been. Laat in de middag zit ik zonder shirtje op de veranda in het zonnetje, met een biertje in de hand, te praten, te zwijgen, te lachen en te genieten...
Wat een vakantie!
Zwitserland, het land waar elke man thuis naast zijn door de overheid verstrekte machinegeweer slaapt. Het land waar in elke flat een atoomkelder is gebouwd en alle bruggen met explosieven zijn beladen om invasies direct in de kiem te smoren. Het land waar slechts eenmaal per jaar belasting wordt betaald en je voor een kilo kipfilet omgerekend 14 euro kwijt bent. Het land waar geen dikke mensen zijn en het normaal is om voor zelfs de kleinste wetsvoorstellen een referendum in de bus te krijgen. Uberdemocratisch, uberconservatief. Waarom iets repareren dat niet kapot is?
Ik sta in een vierkant kistje. Het is hooguit 2 meter breed en 4 meter lang, met glas aan alle kanten. Ik hang 70 meter boven de boomtoppen en stijg met 2,4 meter per seconde zoals de besnorde kabelbaanmeneer me weet te vertellen. Er staat een man bij me met vrouwenlaarzen aan, ik lach erom en vraag me af hoe de reddingswerkers raar zullen staan te kijken als ze na het neerstorten van het vierkante kistje alleen afgerukte lichaamsdelen zullen vinden van drie mannen... en twee vrouwenlaarzen. "De K-Swiss zijn van mij!" zal ik vanaf de hemelpoort roepen.
We gaan naar het chalet op 1750 meter hoogte... het sneeuwt! Die ansichtkaarten met witte bergtoppen zijn dus geen optisch bedrog of een door de mens gecreeerd landschap. Omhoog met een board aan m'n voeten, omlaag met een steeds blauwer wordende kont. Wakker worden met het gevoel dat je ergens bent ontmaagd waar je dat niet had willen worden en toch weer op die plank kruipen. In het liftje omhoog snel een snicker, omlaag erachter komen dat je je telefoon bent vergeten! Dat ene meisje zou nog smsen...
Je gezicht wil eraf vallen door de ernstige verbranding, de bloeduitstorting op je linkerbil herinnert je eraan dat normaal zitten ooit toch wel heel lekker was, je ogen tranen en je benen zijn op sommige plekken kaal, maar bamisoep, jus d'orange, dikke plakken brood, pasta en het drinken met je vader houden je op de been. Laat in de middag zit ik zonder shirtje op de veranda in het zonnetje, met een biertje in de hand, te praten, te zwijgen, te lachen en te genieten...
Wat een vakantie!
Abonneren op:
Posts (Atom)